Challenge Desgrange-Colombo
19 maart 1948

Fout melden

De challenge Desgrange-Colombo was het allereerste regelmatigheidsklassement dat over een heel seizoen liep in het wielrennen. Het was de aanzet voor een eerste golf van internationalisering binnen het peloton, die er uiteindelijk voor zorgde dat het wielrennen kon uitgroeien tot de wereldsport die het nu is...

De allereerste stap naar het internationale wielrennen zoals we dat nu kennen werd gezet in 1948, met de oprichting van de Challenge Desgrange-Colombo. Het was een regelmatigheidsklassement waarbij de renners punten konden verdienen doorheen het hele seizoen in de belangrijkste wedstrijden. De naam van de trofee was uiteraard afgeleid van de oprichters van de 2 belangrijkste wielerrondes op dat moment: Henri Desgrange en Emilio Colombo. De organisatie zelf was een samenwerking tussen de belangrijkste internationale sportkranten: de Gazzetta dello Sport, L’Équipe, Het Nieuwsblad/Sportwereld en Les Sports.
Dit regelmatigheidsklassement omvatte in de eerste jaargang volgende wedstrijden: Giro d'Italia, Tour de France, Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen, Paris-Roubaix, Waalse Pijl, Parijs-Brussel, Paris-Tours en de Ronde van Lombardije. In 1949 werd daar de Tour de Suisse aan toegevoegd, in 1951 Luik-Bastenaken-Luik en pas in 1958 de Vuelta a España. Een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het klassement was dat men in elk van de 3 organiserende landen (België, Italië, Frankrijk) minstens aan 1 wedstrijd moest hebben deelgenomen. De puntentelling de eerste 2 jaar verschilde van die in de daaropvolgende jaren. Er waren in 1948 en 1949 punten voor de eerste 25 in elke wedstrijd, volgens volgende aflopende puntentabel: 30-26-23-22-21-20-19-18-17-16-15-14-13-12-11-10-9-8-7-6-5-4-3-2-1. De punten voor de Tour en de Giro werden verdubbeld.
Vanaf 1950 werden er slechts punten uitgedeeld aan de eerste 15 per wedstrijd met deze puntentabel: 20-17-15-13-11-10-9-8-7-6-5-4-3-2-1. Ook hier werden de punten voor de grote wielerrondes verdubbeld.

Het toetreden tot de Challenge Desgrange-Colombo betekende voor veel klassiekers een grote stap vooruit op sportief gebied. De wedstrijden binnen de Challenge kregen een internationaler en sterker deelnemersveld en dus ook meer prestige. Vooral de Italianen gingen veel meer dan voorheen buiten de landsgrenzen rijden. Zo won Fiorenzo Magni de Ronde van Vlaanderen in 1949, 1950 en 1951, en werd ook Paris-Roubaix in die jaren telkens door een Italiaan gewonnen. Ook omgekeerd kwamen er nu meer buitenlanders naar de Italiaanse wedstrijden, wat in 1950 resulteerde in de eerste niet-Italiaanse eindwinst in de Giro d'Italia door de Zwitser Hugo Koblet.

Briek Schotte: 1948
De eerste winnaar in 1948 werd Briek Schotte. Hij won dat jaar de Ronde van Vlaanderen, werd 2e in de Waalse Pijl en reed vooral ook een goede Tour de France, waarin hij uiteindelijk op de 2e plaats strandde. Hij bekroonde zijn jaar uiteindelijk zelfs nog met de wereldtitel in Valkenburg (al telde die wedstrijd niet mee voor de trofee).

Fausto Coppi: 1949
In 1949 was de overwinning voor Fausto Coppi, hij behaalde dat jaar dan ook een uitzonderlijke zegereeks. Hij won Milaan-San Remo, de Ronde van Lombardije en won zowel de Giro d'Italia als de Tour de France. Zijn puntentotaal van 203 punten was bijna het dubbele van dat van zijn achtervolgers en de hoogste score die ooit zou behaald worden.

Ferdi Kübler: 1950, 1952 en 1954
De Zwitser Ferdi Kübler was de eerste om de trofee 3 keer te winnen, in 1950, 1952 en 1954. In 1950 legde hij de basis voor zijn overwinning in de Tour de France die hij won. Hij werd eerder dat jaar ook al 4e in de Giro d'Italia. Twee jaar later reed hij geen Tour en sprokkelde hij zijn punten vooral in de klassiekers (winst in Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl), de Tour de Suisse (2e) en de Giro d'Italia (3e). In 1954 dankte hij zijn zege dan opnieuw aan een knappe Tour de France waarin hij 3 ritten won en 2e werd in het eindklassement. Hij dikte zijn puntentotaal nog aan met podia in de Ardense klassiekers en Paris-Brussel.

Louison Bobet: 1951
Opvallend genoeg won Louison Bobet de Challenge Desgrange-Colombo in een jaar waarin hij geen grote ronde won. Hij werd wel 7e in de Giro d'Italia, maar haalde zijn andere punten allemaal in klassiekers. Hij won Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije, was goed voor een 2e plaats in Paris-Roubaix, een 4e in de Waalse Pijl en een 7e plaats in Luik-Bastenaken-Luik. In 1952, 1953 en 1954 won hij telkens de Tour de France, maar presteerde hij minder in de klassiekers. Hij werd die jaren dan ook respectievelijk 2e, 3e en 2e in de Challenge.

Loretto Petrucci: 1953
De Italiaan Loretto Petrucci is wellicht de minst bekende naam op de erelijst. Hij was dan ook een renner met een blitscarrière. In 1953 kende hij zijn topjaar met winst in Milaan-San Remo en Parijs-Brussel. Ook in de Ronde van Vlaanderen (5e) en de Waalse Pijl (3e) wist hij beslag te leggen op een ereplaats. Met 69 punten had hij zo net voldoende om Bobet achter zich te houden in de eindklassering.

Stan Ockers: 1955
Na tweemaal een 3e plaats in 1952 en 1953 was Stan Ockers in 1955 de beste. Hij had zijn zege vooral te danken aan zijn overwinningen in het weekend van van de Ardennenklassiekers. Naast die overwinningen in de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik waren het vooral zijn 2e plaats in de Tour de Suisse en de 5e plaats in Parijs-Brussel die hem veel punten opleverden. Net zoals Briek Schotte werd ook Stan Ockers dat jaar nog wereldkampioen.

Fred De Bruyne: 1956, 1957 en 1958
In tegenstelling tot de meeste van de hiervoor besproken renners was Fred De Bruyne eerder een klassiek coureur. Toch kon ook hij de trofee 3 keer binnenhalen. In de grote rondes wist hij zich nooit in het algemene klassement te handhaven (al won hij wel ritten), maar in de klassiekers was hij zeer regelmatig. In die 3 jaren won hij Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Paris-Roubaix, Paris-Tours, 2 maal Luik-Bastenaken-Luik en 3 ritten in de Tour de France.

Landenklassement
Er werd ook een klassement per land opgemaakt, daarin won Italië in 1948, 1949, 1950, 1952 en 1953. Frankrijk won het landenklassement enkel in 1951 en België wonde andere jaren: in 1954, 1955, 1956, 1957 en 1958.

Na een dispuut tussen de organisatoren ging de Challenge Desgrange-Colombo niet meer door na 1958. De opvolger werd de Super Prestige Pernod.