Alfonsina Strada
16 maart 1891

Fout melden

Alfonsina Strada is de enige vrouw die ooit een van de grote wielerrondes reed tussen de mannen. In 1924 stond ze aan de start van de Giro d’Italia. Ze was een pionier wat betreft het vrouwenwielrennen in een tijd waarin het voor vrouwen al onzedelijk was om met ontblote knieën rond te lopen, laat staan om op een koersfiets te rijden.

Alfonsina Morini werd geboren op 16 maart 1891, als 2e van 8 kinderen. Ze groeide op in een arm gezin, in het kleine plattelandsdorp Castelfranco Emilia, in Noord-Italië. Op jonge leeftijd leerde ze zichzelf met haar vaders oude fiets rijden. Toen ze 10 was kreeg ze van haar vader als cadeau een eigen fiets, die hij had geruild voor enkele kippen. Om te ontsnappen aan de armoede thuis reed ze vaak een hele dag rond tussen de velden. Op haar 13e reed ze dan haar eerste wedstrijd en won een levend varken. Ze won bijna alle wedstrijden voor meisjes waar ze aan deelnam en vaak ook de wedstrijden voor jongens. Haar reputatie reikte toen al tot in Rusland, want in 1909 werd ze uitgenodigd voor de Grand Prix van Sint-Petersburg. Ze maakte hier blijkbaar zoveel indruk dat de Tsarina Alexandra, wilde dat haar man Tsaar Nicholas II, haar een gouden medaille gaf. In 1911 brak ze in Moncalieri, nabij Turijn, het 8 jaar oude officieuze wereldsnelheidsrecord voor vrouwen, dat voorheen op naam van de Franse Louise Roger stond. Ze reed daar 37,192 km/u.

In die tijd was het echter hoogst ongewoon dat een vrouw fietste, zeker in het streng katholieke Noord-Italië van die tijd. Er waren in Europa wel enkele vrouwelijke wielrensters, maar ze werden meer als circusact beschouwd. Ter illustratie: het was tot in 1925 in Frankrijk verboden voor vrouwen om in een korte broek te fietsen... Volgens de legende werd Alfonsina dan ook door de plaatselijke bevolking “il diavolo in gonella”, “Duivel in een rok”, genoemd. Het ligt dan ook voor de hand dat haar familie liever had dat ze ermee stopte, maar ze liet zich daar niet door tegenhouden. Zo zegt men dat ze haar moeder vaak vertelde dat ze naar de kerk ging, terwijl ze stiekem een wedstrijd ging rijden in een naburig stadje.

In 1915 trouwde ze dan met Luigi Strada. Van dan af nam ze de achternaam van haar man over en ging ze door het leven als Alfonsina Strada. Haar familie hoopte dat ze nu wel zou stoppen met wielrennen, maar het tegendeel was waar. Haar kersverse man steunde haar en kocht haar als huwelijkscadeau een nieuwe koersfiets. Ze verhuisden naar Milaan en daar begon ze onder leiding van haar man regelmatig te trainen. In 1917 reed ze haar eerste grote wedstrijd, de Ronde van Lombardije. Vanwege de eerste wereldoorlog waren er zeer weinig deelnemers en de organisator kon dan ook elke deelnemer gebruiken. Er waren 74 starters en Alfonsina werd uiteindelijke 29e (en laatste) in een groepje op 1u34min van de winnaar Philippe Thys. In 1918 was de oorlog nog maar net voorbij en de Ronde van Lombardije kende een historisch dieptepunt in het aantal deelnemers. Mede hierdoor mocht ze ook dat jaar meerijden. Deze keer deed ze het zelfs nog iets beter en werd ze 21e in een groepje van 7 renners op ‘slechts’ 23 minuten van winnaar Belloni. Haar grootste stunt gebeurde nog enkele jaren later.

Alfsonina Strada en Giovanni Gerbi (links)

Alfsonina Strada en Giovanni Gerbi (links) op een pistemeeting in 1923

In 1924 kreunde de Giro d’Italia onder een financiële crisis. Alle toprenners weigerden te komen omdat ze geen startgeld kregen en men vreesde een gebrek aan interesse van de publieke opinie. Organisator Emilio Colombo liet daarom toe dat Alfonsina Strada aan de start kwam. Een vrouw die meereed zou wel extra aandacht trekken... Op de startlijst in de Gazzetta dello Sport stond de naam ‘Alfonsin Strada’ achter startnummer 72.

De eerste ritten vormden voor haar geen probleem, maar in rit 7 viel ze in een afdaling op weg naar L'Aquila. Ze finishte nog binnen tijd, maar kreeg het wel erg moeilijk. De volgende dag stond de rit tussen L'Aquila en Perugia op het programma, die 296km lang was. Ze had in deze rit stuurbreuk geleden, en aangezien de renners hun fiets zelf moesten maken had ze een bezemsteel vastgebonden aan haar stuur ter reparatie. Het was die dag ook nog eens verschrikkelijk weer en nadat ze verscheidene keren ten val was gekomen, kwam ze buiten tijd aan in Perugia. De jury had geen medelijden en zette haar onverbiddelijk uit de wedstrijd. De organisator Emilio Colombo zag in haar echter een goede publiciteitsstunt. Hij sponsorde haar met onderdak en voedsel en zorgde ervoor dat ze zo toch nog de wedstrijd kon uitrijden, zij het niet meer in de officiële uitslag. Toen ze daags nadien in de rit naar Fiume weer ten val kwam, kwam ze 25 min na de andere renners huilend over de finish. Het publiek stond haar echter op te wachten en ze werd onder luid gejuich onthaald en op handen gedragen. Ze putte hier terug moed uit en wist de resterende 3 ritten tot in Milaan uit te rijden. Telkens werd ze door het publiek erg enthousiast onthaald aan de aankomstplaatsen. In de officieuze uitslag eindigde ze op 28 uur van de winnaar, maar haar tijd was wel beter dan 2 andere renners die wel in de officiële uitslag stonden. Dankzij haar populariteit overtrof het prijzengeld dat ze verdiende dat van de eindwinnaar Giuseppe Enrici.

In de daaropvolgende jaren werd ze niet meer toegelaten tot een grote wielerronde, maar ze bleef wel fietsen. We vonden onder andere nog een aankondiging terug van een pistewedstrijd in Luxemburg op 31 mei 1925, waar ze als enige vrouw tegen de mannen moest rijden. Ze sluit zich ook aan bij de Franse wielerclub Montmartre Sportif. In 1934, op 16 september, wordt dan het eerste wereldkampioenschap voor vrouwen georganiseerd in Brussel. Alfonsina is er dan al 43, maar dat belet haar niet om mee te rijden. Op een parcours van 2,5km moesten 40 rondjes afgelegd worden. De Belgische Elvire De Bruyn won het wereldkampioenschap, Alfonsina werd 15e. Over die Elvire De Bruyn bestonden er toen reeds twijfels omdat ze er nogal mannelijk uitzag en met een zware stem sprak. Dat er enige waarheid achter die geruchten stak bleek enkele jaren later toen ze zich liet opereren en als ‘Willy De Bruyn’ door het leven ging.

Op een pistewedstrijd in Parijs in 1937 versloeg Alfonsina Strada de Franse kampioene Eliane Robin. Een jaar later, in 1938 vestigde ze nog het toenmalige werelduurrecord voor vrouwen: 35,28km op de piste van Longchamp in Parijs. Ze was toen al 47 jaar. Over haar hele carrière zou ze 36 wedstrijden hebben gewonnen, waarvan veel wedstrijden tegen mannen. Na haar actieve wielercarrière bleef ze het wielrennen volgen, ze ging tot op haar laatste dag met haar motor naar wedstrijden kijken. Ze stierf in 1959, op 68-jarige leeftijd, na een hartaanval bij het starten van haar motor...

Ook de NOS heeft over haar een reportage gemaakt, je kan ze hier bekijken: link