Fiorenzo Magni
07 december 1920

Fout melden

De Italiaan Fiorenzo Magni won 3 maal de Giro d’Italia en werd 3x Italiaans kampioen, maar toch werd hij vooral bekend door zijn 3 overwinningen in de Ronde van Vlaanderen. Hij werd aanvaard als een echte Flandrien en hield er de bijnaam de ‘Leeuw van Vlaanderen’ aan over.

In de jaren ‘50 van vorige eeuw werd het Italiaanse wielrennen gedomineerd door de tweestrijd tussen Coppi en Bartali. In eigen land was het voor Fiorenzo Magni dan ook niet makkelijk om erkenning te krijgen voor zijn prestaties. Zelfs na zijn overwinning in de Giro d’Italia van 1948 werd hij bij aankomst in Milaan (nota bene als winnaar van die slotrit) uitgefloten en getrakteerd op boe-geroep door de fans van Coppi.

In datzelfde jaar trok hij als een van de eerste Italianen naar de Ronde van Vlaanderen, op aanraden van een journalist die dacht dat de wedstrijd iets voor hem zou kunnen zijn. Zijn eerste deelname was nochtans geen succes. Na een valpartij brak hij zijn wiel en moest hij opgeven. Ondanks die tegenslag had hij wel gemerkt dat het typische parcours met de korte klimmetjes, vele kasseistroken en daar bovenop het gevecht tegen de weergoden hem wel lag.

Een jaar later, in 1949, bereidde hij zich beter voor: hij zocht speciale wielen met houten spaken, bracht extra schokdemping rond zijn stuur aan en verkende nauwgezet het parcours.
Op 50 kilometer van de aankomst plaatste hij al een demarrage, maar die vlucht werd ongedaan gemaakt en er zou gesprint worden voor de zege in een grote groep met alle sterke Flandriens. Magni kon nu rekenen op zijn parcoursverkenning en wist waar hij op de lichthellende aankomst het verschil kon maken. Na 260 km kwam hij zo als eerste over de meet nadat hij in de sprint de maat had genomen van Briek Schotte en Valère Olivier. Hij werd hiermee nog maar de tweede buitenlandse winnaar van de Ronde, na de Zwitser Heiri Sutter in 1923.

Het jaar nadien werd de Muur van Geraardsbergen voor het eerst opgenomen in het parcours van de Ronde van Vlaanderen, maar dat kon Magni niet tegenhouden. Integendeel: het was op de flanken van de Muur dat Magni zijn beslissende demarrage plaatste, waarna hij solo naar de overwinning reed. In deze erg zware editie over meer dan 270km was hij meer dan 8 uur onderweg en had hij uiteindelijk ruim 2 minuten voorsprong op zijn eerste achtervolger Briek Schotte en meer dan 9 minuten op de rest van het deelnemersveld. Van de 220 starters bereikten er slechts 21 renners de aankomst...

Fiorenzo Magni bij een van zijn aankomsten in de Ronde van Vlaanderen

Fiorenzo Magni bij een van zijn aankomsten in de Ronde van Vlaanderen

In 1951 zorgde hij dan voor een unieke triple, door ook die Ronde van Vlaanderen te winnen. Zijn overwinning dat jaar was ook veruit de indrukwekkendste. In echt hondenweer trok hij er alleen op uit met nog meer dan 50 kilometer te gaan. Hij reed iedereen in de vernieling en finishte met meer dan 5 minuten voorsprong op de eerste achtervolger Bernard Gauthier en meer dan 10 minuten op de rest. Tot op vandaag is hij de enige die de Ronde van Vlaanderen drie keer op rij wist te winnen. In tegenstelling tot in eigen land kreeg hij in Vlaanderen wél de erkenning waar hij recht op had. Hij kreeg er van de supporters de bijnaam 'Leeuw van Vlaanderen'.

Naast die overwinningen in de Ronde bleef hij het ook in de Giro en de Tour goed doen.
In de Tour de France van 1950 leek hij zelfs af te stevenen op eindwinst, tot zijn kopman Gino Bartali na een incident met Franse supporters besliste dat alle Italiaanse ploegen uit de wedstrijd moesten stappen. Kwatongen beweerden dat dit eerder kwam omdat Bartali het niet zou kunnen verdragen dat een andere Italiaan en niet hij de wedstrijd zou winnen. Wat er ook van zij, Magni zag zo de Tour aan zijn neus voorbijgaan. In de Franse ronde zou hij uiteindelijk wel bij elk van zijn 5 deelnames de gele trui dragen en in totaal 7 ritten winnen.

De Giro d’Italia won hij ook nog twee keer, in 1951 na een spannend duel met Rik Van Steenbergen en in 1955 met slechts 13 seconden voorsprong op Fausto Coppi. Hij was geen topklimmer, maar moest het vooral van zijn doorzettingsvermogen hebben. Zo plaatste hij in 1951 de beslissende demarrage in een afdaling, waar hij Van Steenbergen achterliet na een en naar de kopgroep reed, met daarin Coppi en de andere betere klimmers. Van Steenbergen kon nooit de aansluiting maken en verloor daar de Giro. In de Giro van ‘55 kwam dan weer zijn ervaring van op de Vlaamse kasseien van pas. In de 20e rit stond er een lange strook over slechte wegen gepland. Magni stond pas op de 3e plaats op anderhalve minuut van roze trui Nencini. Met slechts 2 vlakke ritten op het programma moest het op deze plek gebeuren. Magni liet extra zware banden monteren en overlegde tot diep in de nacht met zijn ploegmaats over de te volgen tactiek. Ook buiten het team werden er allianties gesmeed, zo zou hij Koblet winst in de slotrit beloofd hebben in ruil voor diens medewerking. Eens op de slechte wegen zette hij zich op kop van het peloton. Het regende al snel lekke banden, ook bij Nencini en onder het beukende werk van Magni kon enkel Coppi het wiel houden. Samen reden ze de resterende 160 km (!) steeds verder van het peloton weg, waar Nencini opvallend weinig steun kreeg. Bij aankomst in San Pellegrino hadden de 2 kampioenen een dikke 5 minuten voorsprong bijeen gefietst. Na de overwinning van Koblet in de slotrit, daags, nadien kon Magni zijn 3e eindoverwinning in de Giro vieren. Met zijn 35 jaar is hij nog steeds de oudste winnaar van de Giro d’Italia.

Ook in 1956 liet hij zich overigens opmerken in de Giro. Na een valpartij in de 12e etappe brak hij zijn sleutelbeen. Hij had al aangekondigd dat het zijn laatste seizoen zou worden en hij wou dan ook zijn laatste Giro uitrijden. Hij negeerde dus het doktersadvies om te stoppen en besloot door te rijden. ln de dagen die volgden zocht hij allerhande manieren om de pijn te verbijten en toch nog aan zijn stuur te kunnen trekken. Een van de oplossingen bestond erin om een binnenband rond zijn stuur te binden en het uiteinde tussen zijn tanden te klemmen. (zie foto)

Magni in de Giro van 1956 met een gebroken sleutelbeen

Magni in de Giro van 1956 met een gebroken sleutelbeen


Vooral in de afdalingen had hij het echter lastig om zijn stuur goed vast te houden en enkele ritten later viel hij in een afdaling opnieuw op dezelfde schouder. Deze keer brak hij zijn bovenarm, maar nog wist hij van geen ophouden. In een legendarische rit door de dolomieten, waarbij er 60 renners, waaronder de roze trui, verkleumd door sneeuw, regen en ijs opgaven, kon Magni de schade op een ontketende Charly Gaul nog enigzins beperken. Hoewel hij toch nog meer dan 12 minuten verloor werd hij 3e in de rit en schoof hij in het klassement op naar de 2e plaats, die hij ook kon vasthouden tot aan de slotrit naar Milaan. Deze prestatie was de perfecte illustratie van de karakterrenner die Magni was.

Op zijn palmares staan overigens ook nog 3 keer het Italiaanse kampioenschap, 3 keer de Giro del Piemonte, 3 keer de Trofeo Baracchi en talloze ereplaatsen in de andere grote klassiekers. In een periode waarin hij bijna altijd tegen de toppers Coppi en Bartali moest strijden is zijn erelijst ronduit indrukwekkend te noemen.

Ondanks zijn successen in de grote wielerrondes bleef hij altijd erg trots op zijn unieke prestatie in Vlaanderen. Zoals hij het zelf zei:

“Er zijn veel Italianen die de Tour of de Giro gewonnen hebben, maar drie keer de Ronde winnen tegen al die sterk Flandriens, dàt is uniek!”


Na zijn carrière bleef Magni actief in het wielrennen als ploegleider, bondscoach en later voorzitter van het wielermuseum op de Madonna del Ghisallo. Hij stierf op 19 oktober 2012 op 91-jarige leeftijd.