François Faber
26 januari 1887

Fout melden

De Luxemburger François Faber was een van de beste wegrenners in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog. Hij won de Tour de France van 1909 als eerste buitenlander en vestigde daarin een record door 5 opeenvolgende ritten te winnen. Daarnaast was hij nog goed voor overwinningen in de Ronde van Lombardije, Paris-Tours (2x), Parijs-Brussel, Bordeaux-Paris en Paris-Roubaix. Hij sneuvelde zoals zovele anderen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog...

François Faber werd geboren op 26 januari 1887 in Aulnay-sur-Iton, in het Noorden van Frankrijk. Zijn vader was een geboren Luxemburger en zo erfde hij de Luxemburgse nationaliteit. Vermits zijn moeder Française was woonde de familie Faber echter in Frankrijk en meer bepaald in Colombe, aan de rand van Parijs. François voelde zich dan ook een echte Fransman. Hij had nog een 6 jaar oudere halfbroer, Ernest Paul (ook wel Ernest Faber genoemd) die ook profrenner was.

Van zodra hij begon te koersen kreeg hij vanwege zijn forse lichaam (1m86, 91kg) al snel de bijnaam ‘De reus van Colombe’. In 1906 reed hij dan zijn eerste wedstrijden op het hoogste niveau, maar wel nog als onafhankelijke (dus zonder sponsor). Hij reed meteen de Tour de France, maar moest opgeven in de 6e rit (van 13). Voor een renner van nog maar 19 jaar was dit echter al een grootse prestatie. De ritten waren toen immers veel langer dan nu en ook de wegen en het materiaal waren nog veel primitiever. Een kleine vergelijking: er moest in de Tour van 1906 4545km afgelegd worden in 13 ritten; in de Tour van 2011 was dat slechts 3430km verspreid over 21 ritten... Mede door deze sterke prestatie voor zo’n jonge renner wist hij voor het jaar daarop een sponsor te strikken: Labor.

In 1907 reed hij opnieuw mee in de Tour, deze keer met iets meer succes. Hij liet zich die editie een eerste keer opmerken in de kop van de wedstrijd in de bergetappes. Daar wist hij een 2e en 3e plaats te behalen op slechts enkele minuten van de beste klimmer in koers Emile Georget. In de vlakkere ritten kende hij nog wel enkele dipjes, waardoor hij in het algemene klassement wegzakte. Uiteindelijk kwam hij toch nog op een mooie 7e plaats terecht in de einduitslag.

In 1908 behaalde hij dan zijn eerste grote overwinningen. Hij reed dat jaar in de sterkste ploeg van het moment, de Peugeot ploeg. In het eindklassement van de Tour de France van dat jaar bezetten ze maar liefst 7 top-10 plaatsen, met Lucien Petit-Breton als winnaar. François Faber werd 2e in de eindstand, maar behaalde wel 4 ritoverwinningen. Aan het einde van dat jaar won Faber ook nog de Ronde van Lombardije.

In 1909 trok hij naar het concurrerende team Alcyon, waar hij zijn topjaar zou beleven. In het voorjaar had hij al top-10 plaatsen bijeen gereden in Milaan-San Remo en Paris-Roubaix en net voor de Tour won hij Parijs-Brussel in de sprint voor Gustave Garrigou. In de Tour de France zelf dan domineerde hij al van in de eerste ritten. Het weer was dat jaar in de Tour zeer slecht, met s’ochtends vaak temperaturen net boven het vriespunt en overvloedige regenbuien. In tegenstelling tot de anderen leek het alsof Faber sterker werd naarmate het weer verslechterde. In de eerste rit van Paris naar Roubaix moest hij in de sprint de zege nog laten aan Cyrille Van Hauwaert, maar de 5 daaropvolgende ritten won hij allemaal.

Faber komt al lopend aan in de 4e rit  van de Tour de France 1909

Faber komt al lopend aan in de 4e rit van de Tour de France 1909


In de 4e rit naar Lyon werd het peloton opnieuw geteisterd door stormweer. Volgens de overlevering werd Faber zelfs enkele keren tegen de grond geblazen en in de laatste kilometers leed hij kettingbreuk zodat hij al lopend over de aankomst kwam (zie foto), maar dat kon niet beletten dat hij de rit won met 5 minuten voorsprong op Garrigou. Deze prestatie is tekenend voor de overmacht waarmee Faber deze Tour domineerde.
Tot op heden is er niemand in staat gebleken om die 5 opeenvolgende ritzeges in de Tour te evenaren, al kwam Mario Cipollini in 1999 erg dicht met 4 opeenvolgende ritoverwinningen. Die zegereeks werkt alleszins inspirerend voor zijn halfbroer Ernest, want die hield de overwinning in de familie met een zege in de 7e rit. In de 10e rit was het dan terug de beurt aan François om de etappe binnen te halen. Over de hele ronde zou Faber nooit buiten de top-10 eindigen in de rituitslag en zo eindigde hij met slechts 37 punten als onbetwiste overwinnaar. Vermits hij Luxemburger was, kwam hij zo als eerste buitenlander op de erelijst van de Tour de France te staan. Zijn halfbroer deed het uiteindelijk ook niet slecht in de eindranking en werd 6e.
Later dat jaar won Faber ook nog Paris-Tours. In 1910 was Faber terug bij de favorieten voor de eindzege en het zag er ook goed uit voor hem. Met ritzeges in de 2e, de 4e en de 7e rit streed hij met ploegmaat Octave Lapize voor de overwinning. Het was dat jaar de eerste keer dat er echte cols beklommen werden in de Pyreneeën en Lapize bleek de betere op de lange beklimmingen. Niet verwonderlijk gezien het postuur van Faber... Dankzij het puntensysteem kon hij de schade nog beperken, maar nadat hij in de 12e etappe op een cruciaal moment lek reed profiteerde Lapize ervan om de leiding over te nemen. Na een spannende slotrit, waarbij Faber nog enkele keren probeerde aan te vallen, strandde hij uiteindelijk op een 2e plaats met 4 punten meer dan Lapize. Enkele weken later herhaalde hij zijn overwinning van een jaar eerder in Paris-Tours.

In 1911 nam Faber opnieuw een goede start in de Tour, met een overwinning in de 3e rit. In de ritten 4 en 5 in het hooggebergte was Garrigou echter de betere en meer dan de schade beperken zat er daar voor Faber niet in. De 6e rit ging over heuvellandschap en hier probeerde Faber opnieuw de leiding terug te nemen. Hij won de rit wel, maar bleef op de 2e plaats in de stand. De dagen nadien werd er terug in het hooggebergte gereden en Faber kreeg het opnieuw moeilijk. Het was in zo’n zware rit, dat Faber de hulp van Maurice Brocco kreeg, allicht tegen betaling. In die tijd was het echter streng verboden tussen rijders om elkaar te helpen en Brocco werd dan ook onverbiddelijk geschorst. Hoewel Brocco protest aantekende, zo nog een dag langer mocht meerijden en ook nog eens de rit won, werd hij uit de wedstrijd gezet. Met Faber ging het ook niet veel beter, allicht kreeg hij een puntenstraf en een dag later gaf hij op. Later dat jaar won Faber nog wel de marathonklassieker Bordeaux-Paris.

Het wielerjaar 1912 was er voor François Faber een om snel te vergeten. Hij behaalde geen belangrijke overwinningen en kwam er in de Tour niet aan te pas. Hij slaagde er wel in om uit te rijden, zij het op een voor zijn doen bescheiden 14e plaats.

Het jaar 1913 begon beter, met een overwinning in Paris-Roubaix. Het was dat jaar een zware editie, met veel wind, regen en zelfs hagel. Op de slijkerige kasseiwegen waren er dan ook verschillende valpartijen en lekke banden. Het grootste slachtoffer hiervan was topfavoriet Charles Crupelandt, die de voorgaande editie had gewonnen. Na een valpartij en verschillende lekke banden raakte hij toch nog in de kopgroep, maar voor de overwinning sprinten zat er niet meer in. Faber daarentegen kon altijd wat meer dan de anderen bij slecht weer. In een langgerekte machtssprint was Faber zonder meer de beste.

Ook in de Tour van 1913 kon hij terug 2 ritten winnen en in het algemeen klassement eindigde hij op een 5e plaats. Zijn laatste actieve jaar als wielrenner was dan 1914. Zijn belangrijkste prestaties kwamen alweer uit de Tour de France, waar hij nogmaals 2 ritten won en in het eindklassement op een 9e plaats eindigde.

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam er ook meteen een einde aan de wielercarrière van Faber. Hij schreef zich in in het vreemdelingenlegioen en werd naar het front gestuurd. Op 9 mei 1915 kreeg hij s’ochtends een telegram van zijn vrouw met de mededeling dat hij vader was geworden van een dochter. Hij zou zijn dochter nooit kunnen vastpakken want enkele uren later sloeg het noodlot al toe. Faber probeerde een gewonde soldaat van het slagveld te dragen, maar werd hierbij zelf onder vuur genomen door een Duitse sluipschutter en stierf ter plaatse.

N.b. Vanwege deze tragische samenloop van omstandigheden doet het verhaal de ronde dat Faber neergeschoten zou zijn nadat hij opgesprongen was om zijn blijdschap vanwege de geboorte van zijn dochter te uiten, maar dit is historisch niet correct.

Ter herdenking wordt er sinds 1918 in Luxemburg jaarlijks de 'Grand-prix Faber' georganiseerd. Het is de oudste bestaande wielerwedstrijd in Luxemburg. Ooit werd ze zelfs als een rittenwedstrijd georganiseerd, maar tegenwoordig blijft het bij een eendagswedstrijd met beperkte ambities die steeds rond de periode van Luik-Bastenaken-Luik wordt georganiseerd.