Jean Robic
10 juni 1921

Fout melden

Jean Robic won de Tour de France van 1947 en werd wereldkampioen veldrijden. Zijn onstopbare aanvalslust maakte hem mateloos populair bij het publiek dat hem makkelijk kon herkennen aan zijn zelfgemaakte lederen valhelm.

Jean Robic werd geboren in de Franse Ardennen op 10 juni 1921, maar dat was naar eigen zeggen een ongelukje. Zijn hele jeugd is hij opgegroeid in Radenac in Bretagne en hij voelde zich dan ook een echte Bretoen. Zijn vader was een ex-renner en had een fietsenwinkel. Hij kreeg de wielermicrobe dan ook al van jongsaf mee. Toen hij pas begon met wielrennen viel hij niet erg op. Hij won wel enkele koersen, maar was een klein, mager mannetje en niemand zag er een groot renner in.
In 1944 kwam hij zwaar ten val in Parijs-Roubaix. Hij haalde de aankomst, maar had een schedelbreuk opgelopen. Het liep gelukkig goed af voor hem, maar sindsdien droeg hij altijd een zelfgemaakte lederen helm. Dit leverde hem al snel de bijnaam ‘Tête-de-cuir’ op in het peloton. Die helm zou een typisch kenmerk blijven voor de eigenzinnige Robic. Hij was zo overtuigd van het nut van die helm dat hij ooit, om te bewijzen dat de helm wel degelijk hielp, met een hamer op zijn hoofd klopte in het bijzijn van enkele renners, waaronder Géminiani. Die waren allen onder de indruk dat Robic geen krimp gaf, tot er enkele seconden later een dun straaltje bloed vanonder de helm liep.
Zijn grote doorbraak als renner was meteen ook zijn mooiste overwinning. In 1947 won hij, zonder ook maar 1 dag in de gele trui te rijden de Tour de France. Hij behaalde 3 mooie ritoverwinningen in het hooggebergte. Mooiste ritoverwinning was de Pyreneeën-klassieker tussen Luchon en Pau over de Peyresourde, de Aspin, de Tourmalet en de Aubisque, waarbij hij 190km alleen in de aanval reed en meer dan 15 minuten goedmaakte in het klassement. Toch wist hij uiteindelijk pas in de slotrit naar Parijs het laken naar zich toe te trekken, door geletruidrager Brambilla op 13 minuten te rijden na een lange ontsnapping.
Meer over die tour van 1947 kan je in dit verhaal lezen.
Later werd Robic nog 4e in de Tour van 1949, waarin hij de bergrit van Pau naar Luchon won, in de omgekeerde richting en over dezelfde cols van de rit waar hij in 1947 schitterde.
In 1952 won hij de rit over de Mont-Ventoux en werd uiteindelijke 5e in het eindklassement.
Pas in de Tour van 1953 beleefde Robic zijn eerste rit in de gele trui. Hij pakte de leiding over na alweer een rit naar Luchon over de Tourmalet, de Aspin en de Peyresourde. Het was in deze rit dat Robic op de top van de Tourmalet stiekem een drinkbus met lood kreeg van zijn verzorger om sneller te kunnen dalen. De dag daarna was hij zijn trui echter al kwijt en nog een dag later kwam hij zwaar ten val, waardoor hij moest opgeven.
Ook in de Tours van 1954 en 1955 moest Robic opgeven na een valpartij. In 1959, aan het einde van zijn carrière reed hij nog een laatste keer mee. Hij kwam echter buiten tijd aan en bereikte ook toen Parijs niet.

Robic de veldrijder
Zoals in die tijd niet ongewoon, bleef Robic ook in de winter wedstrijden rijden. Hij was een goed veldrijder en zo werd hij in 1945 Frans kampioen veldrijden. In 1946 won hij de ‘Cyclocross der naties’ die dat jaar als officieus wereldkampioenschap telde.
In 1947 was de wedstrijd die als wereldkampioenschap gold het Internationaal Veldritcriterium. Het werd georganiseerd in Luxemburg en ook daar won Robic.
In 1949 stond hij terug aan de start van het Internationaal Veldritcriterium, maar hij liet zich bij de start verrassen en raakte nooit meer bij de winnaar Roger Rondeaux. Toen hij in de winter van 1950 te horen kreeg dat er een officieel wereldkampioenschap cyclocross zou georganiseerd worden was hij meteen gemotiveerd. Hij bereidde zich de laatste week helemaal voor op de wedstrijd. Bouwde enkele dagen rust in en ging zelfs 2 maal het parcours verkennen. Een voor die tijd erg uitgebreide voorbereiding. Op 4 maart 1950 won hij dan het eerste echte WK veldrijden dat erkend werd door de UCI in Parijs.

In zijn interview achteraf verklaarde hij dat hij zich wat slapjes voelde voor de start en dan maar een glas porto had gedronken. Het enige wat hij vooraf zeker wist, was dat hij snel wou starten. De fout die hij het jaar voorheen maakte was hij nog niet vergeten. De snelle start lukte en al na 2 rondes reed hij met zijn vriend en tevens grootste concurrent Roger Rondeaux voorop. Vermits Robic zich sneller in de sprint wist leek het hem verstandiger om samen te blijven. Rondeaux was niet sterk genoeg om hem te lossen en in de laatste rechte lijn was Robic dan ook makkelijk de snelste. Het was voor Robic naar eigen zeggen zijn mooiste zege samen met de touroverwinning van 1947.