Louis Mottiat
06 juli 1889

Fout melden

Louis Mottiat was een van de meest succesvolle Waalse renners ooit. Hij won Bordeaux-Parijs, Parijs-Brussel, Parijs-Tours, 8 ritten in de Tour de France, tweemaal Luik-Bastenaken-Luik en ook tweemaal de Ronde van België.

Louis Mottiat, geboren op 6 juli 1889 te Bouffioulx in de provincie Henegouwen, was prof tussen 1912 en 1925 (onderbroken door de Eerste Wereldoorlog). In die periode was hij een van de beste klassieke renners van zijn generatie. Zijn bijnaam was ‘de man van ijzer’, omdat hij vooral uitblonk in de lange afstanden en daarin onvermoeibaar leek. Hij bracht zijn concurrenten vaak al een mentale mokerslag toe, door na enkele honderden kilometers nog vrolijk grappenmakend door het peloton te fietsen.

Het beste voorbeeld van zijn enorme uithoudingsvermogen is zijn overwinning in 1920 in het ‘Critérium de la Résistance’, de voorloper van het ‘Criterium der Azen’. Dit criterium werd verreden onder de beste renners van het jaar en werd betwist achter derny’s. De wedstrijd ging in 1920 over 1208km op het parcours Bordeaux-Parijs-Bordeaux. Hoewel marathonwedstrijden over vele honderden kilometers in die tijd wel vaker voorkwamen was dit toch nog een uitzonderlijk lange afstand, het zou zelfs de langste profwedstrijd ooit zijn. Mottiat won de wedstrijd uiteindelijk in een tijd van 56 uur en 48 minuten. Zijn dichtste belager volgde nog eens 1 uur en 44 minuten later.

Hij bevestigde in 1921 zijn supprematie op de ultralange afstand door winst in Paris-Brest-Paris, een 1200km lange wedstrijd die slechts 1 keer om de 10 jaar werd georganiseerd. Tijdens deze wedstrijd zou Mottiat uitgebreid de tijd hebben genomen om een volledige maaltijd te bestellen en verorberen aan de kant van de weg, tot verbazing van zijn tegenstanders. Ondanks die tussenstop had hij bij aankomst in Parijs na meer dan 55 uur in het zadel een voorsprong van 23 minuten op Eugène Christophe...


Naast deze uitzonderlijk lange wedstrijden was Mottiat toch vooral een renner die uitblonk in de eendagswedstrijden. Naast de mooie overwinningen in zijn carrière, valt ook de enorme hoeveelheid ereplaatsen op die hij behaalde bij gebrek aan een goede eindsprint. Bijna al zijn overwinningen behaalde hij dan ook na een solo-vlucht. Mede hierdoor kon hij bijvoorbeeld ook nooit Belgisch kampioen worden, al stond hij wel 4 keer op het podium.

Het maakt zijn lijst met overwinningen natuurlijk enkel maar indrukwekkender. Naast overwinningen in Bordeaux-Parijs (1913), Parijs-Brussel (1914), Parijs-Tours (1924) en Luik-Bastenaken-Luik (1921 en 1922) haalde hij ook ereplaatsen in Paris-Roubaix (4e in 1913, 3e in 1914), Milaan-San Remo (2e in 1913) en de Ronde van Vlaanderen (2 keer 5e, in 1920 en 1921).

In de Ronde van Frankrijk was Mottiat vooral succesvol in het verzamelen van ritzeges. Al in zijn eerste profjaar, 1912, won hij de koninginnenrit van de Tour, een 326km lange rit over de Peyresourde, de Aspin, de Tourmalet, de Soulor en de Aubisque. Die rit werd nog eens extra zwaar gemaakt door de aanhoudende regen. De renners waren die dag dan ook meer dan 14 uur onderweg en Mottiat haalde het uiteindelijk in Bayonne nipt voor zijn medevluchter Eugène Christophe.

Ook in 1920 was hij goed voor een ritzege, deze keer in de eerste rit en zowaar na een sprint met 5. Het moet een van de weinige keren zijn dat Mottiat een groepssprintje kon winnen.

Louis Mottiat wint de eerste rit van de Tour in 1920

Louis Mottiat wint de eerste rit van de Tour in 1920

In 1921 kende hij zijn beste jaar in de Tour de France. Hij won 4 ritten, opnieuw de openingsetappe, de 4e, de 5e en ook nog de 7e rit, een bergetappe over onder andere de Portet d’Aspet.

Ondanks deze overwinningen werd hij pas 11e in het eindklassement. Hoewel hij op papier alle kwaliteiten had, was hij niet regelmatig genoeg. De dagen dat hij niet in aanmerking kwam voor de overwinning was hij vaak ver te zoeken in de uitslag. Het gebrek aan sérieux dat hem soms werd verweten zal hier allicht voor iets tussenzitten, want fysiek moest hij niet onderdoen voor de toppers van die tijd. Echte klassementsrijders moeten elke dag geconcentreerd vooraan koersen en dat was aan Mottiat niet besteed. In de kleinere rondewedstrijden zoals de Ronde van België kon hij zijn inspanning wel doortrekken en die ronde won hij dan ook 2 keer: in 1914 (na 4 van de 7 ritten te winnen) en in 1920, met winst in 2 van de 5 ritten.

Ondanks zijn gebrek aan concentratie in de grote rondes en de 5 verloren oorlogsjaren wist Louis Mottiat toch een zeer mooi palmares bij elkaar te fietsen. Tot op de dag van vandaag blijft hij een van de grootste Waalse eendagsrenners!