De eerste Belgische wereldkampioen!
16 augustus 1928

Fout melden

In 1928 werd er nog maar voor de 2e keer een wereldkampioenschap op de weg voor profs georganiseerd. De Italianen zijn de grote favorieten, maar zoals nog vaak zou gebeuren op een wk reden ze meer tegen elkaar dan tegen de rest. Bij de Belgen stond er die dag een rasechte kampioenschapsrenner op: Georges Ronsse...

Het eerste wereldkampioenschap op de weg voor profs werd georganiseerd in 1927 en gewonnen door de Italiaan Alfredo Binda. Het daaropvolgende jaar werd het WK georganiseerd in het broeierig hete Budapest, op een heuvelachtig parcours over 192km. In die tijd mocht elk land slechts 3 renners afvaardigen. Grote favorieten waren net als het voorgaande jaar de Italianen, die Binda, Girardengo en Belloni aan de start brachten. Binda en Girardengo waren echter grote tegenstanders en ze willen dan ook niet voor elkaar rijden.
De 3 Belgen zijn Jef Dervaes, Georges Ronsse en Jules Vanhevel. Ook toen al was er heel wat discussie rond de Belgische selectie. Zo mocht de winnaar van Parijs-Brussel, Georges Ronsse mee ten nadele van Belgisch kampioen Gust Mortelmans. Die laatste dreigde er zelfs mee zijn tricolore terug in te leveren indien hij niet geselecteerd zou worden. De wielerbond zwichtte echter niet en behield de gemaakte selectie.

Al na 45km wedstrijd ontsnapte het Belgische duo Georges Ronsse en Jules Vanhevel. De Italianen wilden niet voor elkaar werken en de rest van het peloton keek naar elkaar. Als er dan toch een tegenreactie kwam werd die geneutraliseerd door Dervaes. Ronsse en Vanhevel namen al snel een voorsprong van meer dan 10 minuten.

Aan kilometer 80 stond er een gespan met ossen op het parcours. Ronsse reed op kop, rakelings langs de dieren. Vanhevel volgde hem, maar net op dat moment slaat de os met zijn staart. Vanhevel haakte er met zijn stuur in vast en ging tegen de grond. Hij was zwaar geschaafd over het hele lichaam, maar toch probeerde hij nog de achtervolging in te zetten. Ronsse bleef ondertussen doorrijden, maar na een achtervolging van 10km wist Vanhevel terug te komen aansluiten.

Tot op 70km van de aankomst bleven de 2 goed samenwerken, maar dan liet Vanhevel weten dat hij de kop niet meer kon overnemen. Zijn blessures vielen dan wel mee, maar hij was ook zijn bevoorrading kwijtgeraakt bij de val. Dat speelde hem nu parten.

Ronsse wist niet zeker of Vanhevel komedie speelde, dus voor de zekerheid versnelde hij op de eerstvolgende helling. Vanhevel moest lossen en zou niet veel later opgeven.
Voor Ronsse liggen er dan nog 70km heuvelachtig landschap onder een loden zon te wachten. Hij heeft geen andere keuze dan alleen voortrijden en tegen zijn eigen verwachting in kan hij zijn voorsprong handhaven.


Hij zal de eerste Belgische wereldkampioen worden, met 15 minuten voorsprong op de Duitsers Herbert Nebe en Bruno Wolke.

Het jaar daarop verlengt hij zelfs zijn titel in Zurich. Daar verslaat hij Binda en de Luxemburger Nicolas Frantz in de sprint. In 1930, in eigen land verloor hij dan weer de sprint van een selecte kopgroep en werd hij 3e.