De tour van Jean Robic
20 juli 1947

Fout melden

Net zoals Jean Robic zelf een speciale renner was, zo was ook zijn overwinning in de Tour de France van 1947 uniek. Hij was de eerste die een Tour kon winnen zonder ook maar 1 dag in de gele leiderstrui te hebben gereden. En dat zonder deel uit te maken van de sterke Franse nationale ploeg.

Na de succesvolle testwedstrijd Monaco–Paris in 1946 werd er in 1947 voor het eerst sinds de 2e wereldoorlog opnieuw een echte Tour de France gereden. Er werd net zoals voor de oorlog in landenteams gereden. Zo kort na de oorlog was er nog geen plaats voor een Duitse ploeg en de Italianen moesten het met een team van Italianen die in Frankrijk woonden stellen. Er waren wel teams uit België, Nederland en de alliantie Zwitserland/Luxemburg. Naast het Franse nationale team waren er dan ook nog enkele regionale Franse teams.
Grote favoriet voor de eindzege van de tour van 1947 was René Vietto, de leider van het Franse nationale team. Jean Robic was furieus dat hij niet geselecteerd was voor het nationale team, hij moest voor het regionale team van France-West rijden. Na de passage door de Alpen maakte Robic een wisselvallige indruk. De ene dag won hij een rit en pakte minuten terug in het klassement, maar de volgende dag verloor hij dan weer 16 minuten met een slechte dag. Voor de Tour door de Pyreneeën trok stond hij op een 6e plaats op 25 minuten van gele trui Vietto.
Jean Robic, herkenbaar aan de lederen helmDe 15e etappe tussen Luchon en Pau was een klassieke Pyreneeënrit. De rit ging over de Peyresourde, de Aspin, de Tourmalet en tenslotte de Aubisque. Al meteen op de Peyresourde demarreerde Robic. Hij kreeg eerst nog Vietto en Brambilla (die 3e stond) mee, maar die moesten al snel lossen. Robic zette door, pakte de tijdsbonussen op de 4 bergtoppen en kwam aan in Pau met een ruime voorsprong van meer dan 10 minuten op de andere klassementsrijders. Hij reed die rit zo’n 190km alleen op kop. Dankzij de tijdsbonussen maakte hij meer dan 15 minuten goed in het klassement. Hij stond wel nog altijd pas 5e op 8 minuten van Vietto. De volgende dagen waren de etappes vlak en er waren geen wijzigingen meer in het klassement.
De 19e rit was daarentegen een tijdrit en niet zomaar een. Het was de langste tijdrit uit de tourgeschiedenis. Maar liefst 139km moesten afgelegd worden. Deze rit was de rit teveel voor geletruidrager Vietto, hij werd pas 15e op 14minuten van winnaar Raymond Impanis. Ook voor karakterrijder Robic was dit een rit die hem wel lag. Hij werd 2e op iets minder dan 5 minuten. Alle andere klassementsrijders verloren minuten en Robic schoof op naar de 3e plaats op net geen 3 minuten van de nieuwe geletruidrager, de Italiaan Pierre Brambilla.
De laatste rit was verre van een veredeld criterium zoals dat de laatste jaren het geval is, het was een rit over een licht golvend landschap van Caen naar Parijs over 257km. Tijd om champagne te drinken was er ook niet, want al van bij de start werd er erg hard gekoerst en ontstonden er meerdere ontsnappingen. Brambilla was als Italiaan niet erg geliefd in het overwegend Franse peloton en moest dan ook op niet veel steun rekenen van andere ploegen. Brambilla’s team zelf was niet sterk genoeg om de koers onder controle te houden. Bij het uitrijden van Rouen, op een van de hellingen, de côte de Bonsecours trok Robic in de aanval. In eerste instantie kon Brambilla tot op het wiel springen, maar wanneer Robic direct daarna reageerde op een uitval van Édouard Fachleitner moest Brambilla passen.
Jean Robic komt als eindwinnaar aan in het Parc des Princes in ParijsFachleitner, uit het Franse nationale team, stond op de 5e plaats in het klassement. Hij probeerde zelf ook de tour te winnen, maar dan moest hij Robic wel kunnen lossen. Fachleitner probeerde slag om slinger te demarreren, maar Robic bleef aan zijn achterwiel plakken. In een van de voorliggende ontsnappingen reed Lucien Teisseire, een ploegmaat van Fachleitner. Deze kreeg opdracht zich te laten uitzakken om Fachleitner te helpen een zo groot mogelijke voorsprong op Brambilla behalen. Nadat Fachleitner nog enkele keren had geprobeerd om alleen van Robic weg te rijden kwam Robic naast Fachleitner rijden en zei hem:

“Je zal de Tour niet meer winnen, want ik laat je niet rijden. Als je met mij mee rijdt geef ik je 100.000 francs”
Ze kwamen tot een akkoord en reden samen met Teisseire door tot in Parijs, waar ze een voorspring van 13 minuten op Brambilla hadden bijeengereden.
Om te illustreren dat er wel degelijk hard werd gekoerst die dag: winnaar van die slotrit werd Briek Schotte, die nog 7 minuten voor Robic en Fachleitner over de meet was gekomen. De wedstrijd kwam ook 1 uur sneller dan voorzien in het snelste schema aan in Parijs.
Robic won die Tour de France zonder ook maar 1 dag in de gele leiderstrui te hebben rondgereden en hij was meteen ook de eerste die dat voor mekaar bracht. Uit dankbaarheid schonk hij zijn gele trui aan de basiliek van St-Anne d'Auray, de patroonheilige van de bretoenen. Zijn trui wordt daar nog steeds bewaard.
Opmerkelijk: zonder de tijdsbonussen die hij bijeensprokkelde in de Pyreneeën zou niet hij, maar Fachleitner de Tour gewonnen hebben.