Jesper Skibby wordt omvergereden op de Koppenberg
05 april 1987

Fout melden

Winnaar van de Ronde van Vlaanderen van 1987 werd Claude Criquielion, maar toch was het de naam van Jesper Skibby die het meest over de lippen ging de dag nadien. Na een lange vroege ontsnapping werd hij omver gereden door de wedstrijdleiding tijdens de beklimming van de Koppenberg...

De jonge Deense renner Jesper Skibby reed in 1987 zijn 2e profseizoen voor de belgische ploeg Roland-Skala. Skibby was net daarvoor 12e geworden in de Driedaagse van De Panne en had dus al laten zien dat hij wel uit de voeten kon op de Vlaamse wegen. Normaal zou Skibby in de Ronde van Vlaanderen moeten knechten voor een van de kopmannen, maar aangezien zowel Hennie Kuiper, Ludwig Wijnants als Johan Capiot al hadden afgehaakt met een blessure mocht hij van ploegleider Roger Swerts zijn eigen kans gaan in een lange vlucht.
Zo gezegd, zo gedaan en wanneer de eerste vlucht zich vormde zat Skibby er meteen bij. Zoals gebruikelijk liet het peloton begaan en zo was Jesper Skibby samen met zijn enige medevluchter Ludo Schurgers op pad voor een lange ontsnapping in zijn eerste grote klassieker. Belangrijkste doel was zo lang mogelijk in beeld rijden en publiciteit maken voor de sponsor. Op de eerste hellingen beek al snel dat Skibby de betere was van de 2 en op de Paterberg moest Ludo Schurgers Skibby definitief laten gaan.
De volgende helling was de gevreesde Koppenberg. Op het moment dat hij de Koppenberg aanvatte reed Skibby al 180 kilometer in de aanval. Zijn benen waren volledig verzuurd en hij probeerde zolang mogelijk in het gootje, naast de kasseien te blijven om toch maar boven te raken.
Zijn voorsprong op het peloton werd alsmaar kleiner en de wedstrijdleiding die nog met de auto achter hem zat panikeerde. Het peloton was ook al aan de beklimming begonnen en indien de auto daar nog lang bleef tussenrijden zouden ze midden in het peloton terechtkomen. Jacques Martens, de koersdirecteur, keek snel achterom en zag de eerste renners van het peloton al opdoemen aan de voet van de klim. Hij zag maar 1 uitweg meer: “doorrijden!” riep hij naar zijn chauffeur. Net op dat moment zwalpte Skibby naar het midden van de kasseien in een poging om toch maar geen voet aan de grond te moeten zetten. De wagen tikte tegen het achterwiel van Skibby aan waarop die uit balans raakte en tegen de grond ging.
Een rijkswachter die aan de overkant van de weg stond probeerde de renner nog te helpen, maar nog voor deze kon oversteken besliste de chauffeur van de wedstrijdwagen om gewoon door te rijden. De rijkswachter werd brutaal in de berm gereden en de fiets van Skibby moest eraan geloven. Skibby zelf kon nog net op tijd zijn voeten uit de pedalen trekken en raakte zelf gelukkig niet gekwetst.
De toeschouwers ter plaatse reageerden verontwaardigd en onder luid boe-geroep reed de wedstrijdwagen door, verder de Koppenberg op. Een toegesnelde supporter probeerde het achterwiel nog recht te trekken, maar tevergeefs, de fiets was volledig onbruikbaar. Niet veel later kwam het peloton voorbij gereden. Voor Skibby was de wedstrijd hoe dan ook gedaan. Er waren nog 9 beklimmingen te gaan en met zoveel aanvalskilometers in de benen was het toch al onmogelijk om zo’n zware wedstrijd nog uit te rijden.
In zijn latere carričre zou Jesper Skibby nog verschillende keren terugkomen naar de Ronde en 3 keer zelfs in de top-10 eindigen, met als beste notering een 6e plaats in 1995.
De koppenberg zou pas in 2002 terug in het parcours van de Ronde van Vlaanderen worden opgenomen, deze keer mochten de auto’s er niet meer overheen...