Laurent Jalabert domineert de Vuelta van 1995
24 september 1995

Fout melden

In 1995 ontdekte Laurent Jalabert zijn talent als ronderijder. Met een ijzersterke ONCE-ploeg aan zijn zijde domineerde hij de Vuelta van 1995 van begin tot einde. Hij won daarnaast ook 5 ritten, het puntenklassement en het bergklassement.

Laurent Jalabert beleefde in 1995 zijn eerste echte topjaar als allrounder. Waar hij voorheen vooral als sprinter bekendstond liet hij zich dat jaar ook als tijdrijder en ronderenner opmerken. Hij begon het seizoen goed met winst in Paris-Nice en Milaan-San Remo. Ook in de Ardennenklassiekers deed hij het goed. Hij won de Waalse pijl en werd 4e in Luik-Bastenaken-Luik. In de Tour wist hij voor de 2e keer de groene trui te winnen en na een gevecht voor het podium moest hij zich er uiteindelijk tevreden stellen met de 4e plaats in het algemene klassement.
Aan het einde van dit schitterende seizoen volgde een van zijn sterkste prestaties. Jalabert won in de Vuelta a España 5 ritten, het eindklassement, de puntentrui én de bergtrui. Zijn ploeg ONCE won ook nog eens het ploegenklassement, nadat het de ganse ronde had gedomineerd. Dat was ook zichtbaar in het eindklassement: 3 renners van ONCE stonden in de top-4. Johan Bruyneel mocht als 3e mee op het podium en Melchor Mauri bezette de 4e plaats.
De Vuelta in 1995 was de eerste die in september werd gereden en het was dan ook afwachten hoe de renners die de Tour de France gereden hadden voor de dag zouden komen. Zoals wel meer zou blijken in de jaren daarop ontgoochelden veel van de toppers uit de Tour.
De 2e van de Tour, Alex Zülle, gestart als kopman bij ONCE, kwam al vroeg in de wedstrijd op minuten te staan na een valpartij en een maagvirus. In de bergritten haalde Zülle ook niet meer het vormpeil van de Tour, al wist hij dankzij zijn sterke ploeg nog wel de 16e etappe naar Plá de Beret te winnen. De derde uit de Tour, Bjarne Riis, kwam op weg naar winst in de eerste lange tijdrit ten val. Hij verloor hiermee de tijdrit en zou enkele dagen later met een gebroken nekwervel moeten opgeven.
Abraham Olano was dan weer een nieuwe ronderenner die zijn neus aan het venster kwam steken. Voordien had hij steeds als knecht voor Tony Rominger gewerkt in de grote wielerrondes. Rominger had echter de Giro en de Tour gereden en paste deze keer voor de Vuelta zodat Olano als kopman zou worden uitgespeeld bij Mapei.
Met winst in de proloog greep Olano ook meteen de leiderstrui. Olano zou in de daaropvolgende dagen ook de grote uitdager blijken te zijn voor Jalabert, die kopman werd bij ONCE na het falen van Zülle. Olano was de sterkste in de tijdritten, maar Jalabert sprokkelde bijna dagelijks extra bonificaties door zijn goede resultaten in de massasprints.
Na de 3e etappe met aankomst boven op de Alto del Naranco, gewonnen door Jalabert met 10 seconden voorsprong op Olano, nam Jalabert de leiderstrui over. Vervolgens wist hij ook nog de 5e etappe in een massasprint te winnen, waardoor hij zijn voorsprong dankzij bonificaties nog kon vergroten.
In de 8e etappe van Salamanca naar Avila trok Jalabert dan in de aanval op de beklimming van de Serranillos met nog 60km te rijden. De groep der favorieten zou hem niet meer terugzien voor de aankomst en Jalabert nam zo nog 4 minuten 40 seconden extra voorsprong op de andere klassementsrijders. Zijn dichtste achtervolger Olano, die na de tijdrit tot op enkele seconden was genaderd volgde al op meer dan 5 minuten in het klassement.


Samenvatting van de etappe naar Avila


In de daaropvolgende ritten verzwakte Jalabert niet, in tegendeel, hij liep nog verder uit. Nochtans reed hij zeker niet rond als een kannibaal, die alles wou winnen. In de 12e rit liet hij zijn generositeit op een mooi manier zien, door de zege aan Bert Dietz te laten.
Die gemiste ritzege maakte hij enkele dagen al terug goed door de rit in Barcelona te winnen. Op een lokaal circuit moesten er 11 rondes afgelegd worden met telkens een beklimming van de berg Montjuic. In de laatste ronde sprong Jalabert weg uit een elitekopgroep om solo naar winst te rijden.
Ook in de andere bergritten sprokkelde hij telkens enkele seconden op Olano door in de laatste kilometer explosief weg te rijden. Op die manier won hij ook nog de 17e etappe met aankomst op Luz-Ardiden, zijn 5e ritzege al deze Vuelta.
Hoewel Olano een sterke tijdrit reed op de voorlaatste dag kon hij Jalabert niet meer bedreigen. Die schreef zo zijn eerste (en enige zo zou later blijken) grote ronde op zijn naam. Dankzij die zege sloot hij het jaar 1995 af als nummer 1 op de UCI ranking. Met zijn overwinningen in de 2 belangrijkste nevenklassementen erbij is hij een van de 3 grote renners (Eddy Merckx: Giro d’Italia 1968, Tour de France 1969 en Tony Rominger: Vuelta a España 1993) die dit ooit voor mekaar kregen in een van de grote rondes.