Luik-Bastenaken-Luik
29 mei 1892

Fout melden

De zwaarste eendagswedstrijd van het voorjaar is zonder twijfel Luik-Bastenaken-Luik. Met de opeenvolging van lange, vaak steile klimmen in de finale komen de beste renners automatisch naar voren. Het is daarnaast de oudste bestaande wielerwedstrijd in België en wordt daarom ook wel eens La Doyenne genoemd.

Luik-Bastenaken-Luik is de oudste, nog steeds georganiseerde Belgische wielerwedstrijd. Officieel werd de eerste editie immers al verreden in 1892. Nochtans waren de wedstrijden de eerste 2 jaar nog amateurwedstrijden. De winnaar daarvan was telkens Léon Houa. De eerste echte profwedstrijd met de naam Luik-Bastenaken-Luik werd pas in 1894 gereden, maar ook dat veranderde niets aan de uitslag. Na zijn Belgische titel in 1893 bij de amateurs was Houa immers prof geworden en zo kon hij ook in 1894 de zege wegplukken. De latere winnaar van de eerste Tour de France,Maurice Garin, werd 4e. Het was dan wachten tot 1908 alvorens een nieuwe editie zou georganiseerd worden. Die werd gewonnen door de Fransman André Trousselier, meteen ook de eerste buitenlandse winnaar. Hij zou nog tot in 1930 de enige buitenlander op het podium in Luik blijven. Tussen 1914 en 1918 werd de wedstrijd vanwege de Eerste Wereldoorlog niet georganiseerd.

De eerste grote naam op de erelijst komen we in 1921 en 1922 tegen: Louis Mottiat. Hij was op dat moment een van de beste klassieke renners. Ook in 1923 kreeg men in Luik een mooie winnaar: regerend Belgisch kampioen René Vermandel. Ook hij zou zijn overwinning een jaar later nog eens herhalen. In de jaren die volgden werd de wedstrijd niet altijd als een profwedstrijd georganiseerd. De winnaars worden echter vaak later wel steengoede profs, zo vinden we in 1925 de latere wereldkampioen bij de profs, Georges Ronsse terug. Ook Alfons Schepers begon zijn carrière met een overwinning in Luik in 1929 alvorens prof te worden. Later zou hij bij de profs Luik-Bastenaken-Luik nog tweemaal winnen in 1931 en 1935.

In 1937 stond er met Eloi Meulenberg alweer een toekomstige Wereldkampioen op het hoogste podiumtrapje. Hij zou 4 maanden na zijn overwinning in Luik de regenboogtrui pakken in Kopenhagen. In die jaren werd de wedstrijd echter niet zo hoog ingeschat en verder staan er tot voor 1951 vrij veel ‘kleinere’ renners op het palmares.

Tussen ‘51 en ‘64 werd Luik-Bastenaken-Luik een tijdje in hetzelfde weekend als de Waalse Pijl gereden en vormden ze samen een apart klassement, het ‘Ardens wielerweekend’. Niet toevallig gebeurde dit in hetzelfde jaar als de opname van de wedstrijd in de Challenge Desgrange-Colombo (waar de Waalse Pijl al deel van uitmaakte sinds 1948). Het is pas daarna dat Luik-Bastenaken-Luik internationaal als een topklassieker werd aanzien. Ter illustratie: in de jaren voor 1951 staan er slechts 3 buitenlanders op het palmares van Luik-Bastenaken-Luik: de Fransman André Trousselier in 1908, de Duitser Hermann Buse in 1930 en opnieuw een Fransman in 1949 met Camille Danguillaume.

Vanaf 1951 gaat er echter nog zelden een kleine naam met de overwinning lopen. Vanwege het zware parcours is dit een van de klassiekers waar ook de ronderenners een mooie uitslag kunnen rijden. Op het palmares dan ook grote ronderenners als Ferdinand Kübler, Jacques Anquetil, Bernard Hinault, uiteraard Eddy Merckx en recenter ook nog Alejandro Valverde en Andy Schleck.

Recordhouder wat betreft aantal overwinningen is Eddy Merckx, die de wedstrijd maar liefst 5 keer wist te winnen. Ook Moreno Argentin vond hier een wedstrijd op zijn maat, hij won 4 keer in Luik. Drie renners wonnen de wedstrijd 3 maal: Léon Houa, Fred De Bruyne en Alfons Schepers.

In schril contrast met de vele Belgische overwinningen vinden we slechts 3 Nederlanders terug op de erelijst: Ab Geldermans in 1960, in 1983 Steven Rooks en in 1988 Adrie Van Der Poel. De laatste decennia is het voor de Belgen niet makkelijk om de wedstrijd te winnen. De keren dat er dan toch eens een Belg kon winnen zijn dan ook meteen legendarisch. In 1990 was het al 12 jaar geleden dat er nog een Belg gewonnen had, maar Eric Van Lancker bracht hier verandering in met een lange solo tot in Luik.
Twee jaar later was het opnieuw een Belg, ditmaal Dirk De Wolf, die in echt ‘wolvenweer’ de overwinning wist te behalen. Voor de volgende Belgische overwinning was het wachten tot in 1999. Frank Vandenbroucke maakte er een spektakelstuk van dat het wachten snel deed vergeten. Ook hij kwam solo aan na een verschroeiende demarrage op de Côte de Saint-Nicolas.
Alweer 12 jaar later, in 2011, zorgde Philippe Gilbert in eigen streek voor een nieuw hoogtepunt in de Belgische wielergeschiedenis. Hij won na een sprint met de gebroeders Schleck waarin hij duidelijk de snelste was.

Het parcours
Zoals de naam van de wedstrijd aangeeft start de wedstrijd in Luik en gaat vervolgens richting Bastenaken (Bastogne). Na ongeveer 100km over vrij veel grote wegen komen de renners in Bastenaken, vanwaar ze de terugrit richting Luik aanvatten. In het eerste gedeelte moeten er nog geen grote beklimmingen overwonnen worden en hier ontstaan dan ook vaak lange ontsnappingen met de mindere goden. Na het keerpunt gaat het richting Trois-Ponts en daar begint dan de echte finale met de bekende hellingen. De meest bekende hellingen in de volgorde zoals ze in de wedstrijd voorkomen: de Côte de Wanne, de Côte de Stockeu, de Haute-Levée, de Rosier en de Côte de la Redoute.
Tot in 1991 eindigde de wedstrijd in het centrum van Luik met een vlakke aankomst. Sinds 1992 is de aankomst verplaatst naar Ans, een buitenwijk ten Noorden van Luik. Hierdoor werden er nog 2 hellingen toegevoegd in de finale: de Côte de Saint-Nicolas op enkele kilometers van de aankomst en de hellende aankomststrook in Ans.