Milaan-San Remo
14 april 1907

Fout melden

Milaan-San Remo of 'Il Primavera' is Italië's grootste klassieker. Al van bij de eerste organisatie in 1907 stond er een grote naam op de erelijst. Hoewel de wedstrijd vaak op een massasprint uitloopt is de finale verre van saai. Het is meestal tot de laatste kilometer een secondenspel tussen vluchters en peloton.

Milaan-San Remo werd voor het eerst georganiseerd in 1907 door de Gazetta dello Sport. Deze eerste wedstrijd bedroeg 288 kilometer en werd gewonnen door de Fransman Lucien Petit-Breton. Het verhaal van deze eerste editie kan je hier lezen.
Vermits de wedstrijd steeds in het begin van de lente wordt verreden kreeg ze de bijnaam 'La Primavera'. In de beginjaren volstond de afstand en de beklimming van de Turchino om voor voldoende afscheiding te zorgen. Naarmate het niveau van de renners steeg eindigde de wedstrijd steeds vaker op een massasprint. De organisatie probeerde hier tegenin te gaan door de wedstrijd zwaarder te maken qua afstand en hellingen. Zo werd in 1960 de Poggio op enkele kilometers van de aankomst toegevoegd en in 1982 voegden ze dan de beklimming van de Cipressa toe aan het parcours. Ook qua afstand is Milaan-San Remo tegenwoordig geen lachertje: er moet nog steeds bijna 300km afgelegd worden en daarmee is het tegenwoordig de langste eendagswedstrijd. Toch raakte Milaan-San Remo het etiket ‘sprintersklassieker’ nooit helemaal kwijt.
Nochtans is het zeker geen makkelijke wedstrijd om te winnen als sprinter. Niet alleen moet je over een topconditie beschikken om over de hellingen te raken, maar een sterke ploeg die je op de gepaste momenten vooraan in het peloton kan houden is eveneens onontbeerlijk. Daarnaast zijn het zeker niet altijd de sprinters die aan het feest zijn: ieder jaar proberen er wel enkele renners te demarreren tijdens de beklimming van de Poggio. Doorkomen op de top met enkele tientallen seconden voorsprong kan immers voldoende zijn indien er geen goeie organisatie meer is in de achtervolging. Zelfs in de straten van San Remo blijft het voor de sprinters voortdurend oppassen. Met 300km in de benen is het ook nog eens extra moeilijk om in te schatten hoever de eigen sprint reikt.

Het is dan ook logisch dat er zelden een kleine naam de erelijst haalt, ter illustratie enkele winnaars: Alfredo Binda, Gino Bartali, Fausto Coppi, Rik Van Steenbergen, Rik van Looy, Raymond Poulidor, Roger De Vlaeminck, Sean Kelly, Erik Zabel, Mario Cipollini, Fabian Cancellara en Mark Cavendish. Absolute zegekoning is Eddy Merckx, hij won de wedstrijd 7 maal: in 1966, 1967, 1969, 1971, 1972, 1975 en 1976.