Paris-Roubaix
19 april 1896

Fout melden

Paris-Roubaix is een van de grote monumenten in het wielrennen. De ‘Hel van het Noorden’ is niet alleen een van de oudste, maar tegenwoordig vooral ook een van de zwaarste wedstrijden op de wielerkalender, vanwege de tientallen kasseistroken die overwonnen moeten worden door de renners.

Paris-Roubaix werd voor het eerst georganiseerd in 1896 en is daarmee een van de oudste nog bestaande wedstrijden. Een jaar voordien, in 1895 was er een wielerpiste gebouwd in Roubaix. De oprichters van die piste hadden al enkele pistewedstrijden georganiseerd maar wilden, geïnspireerd door het succes van Bordeaux-Paris, ook een wielerwedstrijd op de weg laten aankomen op de velodrome. Het idee was om een wedstrijd tussen Parijs (de stad waar alle belangrijke wielerwedstrijden in die tijd startten of aankwamen) en Roubaix in te leggen. Die afstand bedroeg zo’n 280km, ongeveer de helft van Bordeaux-Paris en net als in de meeste wedstrijden in die tijd waren er gangmakers toegestaan. (Pas in 1910 zouden gangmakers volledig verboden worden.)
De nieuwe wedstrijd zou dan ook als ideale voorbereiding kunnen dienen voor de toprenners die zich wilden klaarstomen voor Bordeaux-Paris redeneerden ze. Ze gingen met hun idee naar de grootste wielerkrant in Parijs, Le Vélo en deze nam het grootste deel van de organisatie op zich.

De eerste wedstrijd
De eerste editie van Paris-Roubaix werd uiteindelijk gereden op 19 april 1896. Al van bij de eerste editie stonden er enkele grote namen aan de start, zoals de latere winnaar van de eerste Tour de France, Maurice Garin en de Deen Charles Meyer, winnaar van Bordeaux-Paris het jaar voordien. Eerste winnaar werd echter de Duitser, Josef Fischer, die hiermee zijn eerste grote overwinning boekte. Charles Meyer werd 2e en Garin, die heel wat tijd verloor door een valpartij werd 3e. Garin zou de jaren nadien terugkomen om de wedstrijd nog 2x te winnen, in 1897 en in 1898. Arthur Linton, winnaar van Bordeaux-Paris enkele weken later, werd overigens 4e in die eerste Paris-Roubaix, na een hele reeks tegenslagen, waaronder 6 valpartijen.

De Hel van het Noorden
De bijnaam 'de Hel' is er pas gekomen vlak na de 1e wereldoorlog. In de editie van 1919 liep de wedstrijd immers door gebieden die enkele maanden tevoren nog het slachtveld waren van de grote oorlog. Voor de journalisten die de wedstrijd volgden en dus in het relatief ongeschonden Parijs vertrokken waren leek het alsof ze de hel binnenreden. Ze troffen kapotgeschoten gebouwen aan, vlaktes waar geen boom meer rechtstond en waar enkel de kruisjes die de graven van de gesneuvelden aanduiden nog boven de grond uitstaken.

De geschiedenis van de kasseien
Tot voor de tweede wereldoorlog was het nog volstrekt normaal dat een wielerwedstrijd over kasseiwegen ging, het merendeel van de grote wegen bestond immers nog uit kasseien. Tot in de jaren '60 liep de wedstrijd dan ook gewoon over de grote wegen, de Routes Nationales, deze waren immers bijna allemaal kasseiwegen. Het is pas daarna dat de wegen overal een asfaltlaag kregen en de wedstrijd moest uitwijken naar kleinere wegen om het authentieke karakter van de kasseiklassieker te bewaren. Het was in die jaren '70 ook niet makkelijk om die stroken te vinden en blijven gebruiken. De burgemeesters van de gemeenten waarlangs Paris-Roubaix passeerde waren immers beschaamd als de wedstrijd op hun grondgebied nog slechte kasseistroken vond. De televisie deed zijn intrede en geen enkele burgemeester wilde dat zijn gemeente voor heel Frankrijk te kijk werd gezet als achtergesteld. Het gebeurde dan ook vaak dat na een passage van de wedstrijd de kasseiwegen het volgende jaar al geasfalteerd waren. Voor de organisatoren maakte dat het er niet makkelijker op en ze moesten dan ook voortdurend op zoek naar vergeten landwegen waar er nog kasseien lagen.
Tegenwoordig heeft de wedstrijd zo’n uitstraling gekregen dat men nu in Roubaix zelfs een kasseistrook speciaal voor Paris-Roubaix heeft aangelegd, als aanloop naar de wielerpiste: de Espace Charles Crupelandt. De organisatie krijgt de laatste jaren ook vaak uitnodigingen van burgemeesters om eens in hun gemeente te komen kijken naar een nieuwe kasseistrook voor opname in de wedstrijd. De tijden kunnen veranderen...

Het huidige parcours
Hoewel het parcours van nu erg verschilt met dat van de beginjaren wordt de wedstrijd nog steeds op de kasseien gemaakt, er is geen enkele helling van belang in het parcours opgenomen. De kasseistroken worden in de recente edities genummerd in aflopende volgorde, zodat de laatste kasseistrook, de Espace Charles Crupelandt, in Roubaix het nummer 1 krijgt. Elke kasseistrook krijgt van de organisatie ook een waardering in sterren mee. De belangrijkste stroken (5-sterren) zijn Het Bos van Wallers, Mons-en-Pévèle en Carrefour de l'Arbre.
Het Bos van Wallers-Arenberg is zowat de opener van de finale. Deze strook van 2400m is een rechte weg door het bos van Wallers. Ze werd aangebracht bij de organisatoren door de Franse renner Jean Stablinski in 1967. Stablinski kende de strook van toen hij zelf nog in de koolmijn, op hetzelfde domein, gewerkt had. De weg is doorheen het jaar gesloten voor auto’s. Het gevolg is dat de kasseien in erg slechte staat zijn, vaak overwoekerd door mos. Hier willen alle toppers een eerste keer vooraan het peloton komen. Hoewel er dan nog zo’n 100 kilometer af te leggen zijn, kan een slechte positie je hier reeds de zege kosten, want na deze passage ligt het peloton meestal uiteen in meerdere stukken.
Zo’n 50 kilometer verder ligt dan Mons-en-Pévèle (nr 10). Deze strook, met een lengte van 3km, ligt tussen de velden en de kasseien zijn dan ook vaak bedekt met een laagje stof of modder afkomstig van traktoren. Het is een van de langste en zwaarste kasseistroken en leent zich dan ook tot het forceren van een beslissende ontsnapping.
De derde en meest beslissende van alle kasseistroken is dan Carrefour de l’Arbre (nr 4). Vermits dit de laatste zware strook is en er hierna nog maar 15km dient afgelegd te worden tot Roubaix is dit de laatste kans voor de aanvallers. Wie hier als eerste overkomt heeft een erg grote kans om ook in Roubaix als eerste de piste op te rijden...
Een laatste bijzonderheid aan deze wedstrijd is de aankomst op de Piste van Roubaix. Hoewel dit vroeger niet zo bijzonder was en er vele wegwedstrijden op een wielerpiste eindigden, is Paris-Roubaix tegenwoordig de enige grote klassieker waar dit nog het geval is. Na 260km over de slechtste wegen komen de renners binnengereden in een bomvolle arena om nog anderhalve ronde af te leggen op de perfect bollende piste. Zowel voor renners als publiek een speciale gelegenheid.

Palmares
Als we kijken naar het palmares dan valt meteen op dat de Belgen hier overduidelijk de meeste overwinningen hebben. Zo onlogisch is dat ook niet, de wedstrijd wordt vlakbij de grens verreden en de Belgen zijn altijd al kasseispecialisten geweest. Recordhouders zijn Roger de Vlaeminck, die hierdoor meer dan 30 jaar als enige de naam 'Monsieur Paris-Roubaix' mocht dragen, en Tom Boonen. Roger de Vlaeminck won in 1972, 1974, 1975 en 1977. Tom Boonen in 2005, 2008, 2009 en 2012. Vermits Boonen nog steeds actief is, maakt hij de komende jaren kans om de wedstrijd nog een 5e keer te winnen en zo absolute recordhouder te worden...
Er zijn heel wat meer renners die de wedstrijd 3x wisten te winnen: Octave Lapize, Gaston Rebry, Rik van Looy, Eddy Merckx, Francesco Moser en Johan Museeuw.