Ronde van Vlaanderen
25 mei 1913

Fout melden

Van alle klassiekers is de Ronde van Vlaanderen ongetwijfeld een van de meest tot de verbeelding sprekende wedstrijden. 260km lang staat het publiek rijen dik terwijl de renners zich over kronkelende kasseiwegen en venijnige hellingen een weg banen naar de aankomst. De wedstrijd draagt dan ook niet zomaar de bijnaam Vlaanderens Mooiste...

De eerste Ronde van Vlaanderen werd georganiseerd op 25 mei 1913 door Karel van Wijnendaele, mede-oprichter van het sportmagazine Sportwereld. Op dat moment was er maar 1 grote wielerwedstrijd in België en dat was Luik-Bastenaken-Luik. Aangespoord door de winst van Vlaming Odile Defraye in de Tour de France van 1912 vond de redactie van Sportwereld het dus de hoogste tijd om ook in Vlaanderen een grote wedstrijd te organiseren. Net zoals L’Equipe dat deed met de Tour de France en Gazetto dello Sport met de Giro d’Italia werd ook deze wedstrijd dus ingericht door een sportblad. Het doel van Sportwereld was echter niet puur gericht op het verhogen van de oplage, maar vooral het vormen van een eigen Vlaamse identiteit. Sportwereld was in die tijd het eerste Belgische Nederlandstalige sportblad en moest daardoor opboksen tegen de Franstalige bourgeoisie, die bijvoorbeeld in het bestuur van de Belgische wielerbond sterk vertegenwoordigd was. Mede door dit politieke standpunt werd de wedstrijd geboycot door de Franse (en dus de belangrijkste) ploegen. Hierdoor kwamen zelfs de Vlaamse toppers niet aan de start, vermits deze meestal voor een van deze Franse ploegen reden. Voor de eerste editie in 1913 stonden er dan ook slechts 27 renners aan de start en de eerste winnaar was ook niet meteen een grote naam: Paul Deman. Hij zou later nog wel enkele grote wedstrijden winnen; in 1914 Bordeaux-Paris en na de wereldoorlog in 1920 won hij ook nog Paris-Roubaix en in 1923 Paris-Tours. Ook in 1914 werd de wedstrijd nog steeds geboycot, maar er was 1 topper die zich niets van de teamorders aantrok en toch aan de start kwam: Marcel Buysse. Het jaar voordien won hij nog 6 ritten en werd hij 3e in het eindklassement van de Tour de France. Indien hij geen materiaalbreuk zou geleden hebben had hij die Tour overigens makkelijk kunnen winnen en hij werd dan ook als een volksheld gevierd bij thuiskomst. Buysse zat samen met zijn boezemvriend Henri ‘Ritten’ Van Lerberghe in de kopgroep en had aan Van Lerberghe gevraagd om de sprint aan te trekken. Van Lerberghe bleek nog erg sterk te zijn, want hij won bijna zelf. Buysse zou hem aan de trui hebben moeten trekken om er nog voorbij te kunnen. In elk geval stond er met Buysse voor het eerst een grote naam op de erelijst. Van Lerberghe van zijn kant greep zijn kans in de eerste editie na de eerste Wereldoorlog, in 1919. Hij was in absolute topvorm en demarreerde al met nog 120km te gaan. Tegen alle verwachtingen in kon hij zijn voorsprong vasthouden en hij kwam met een voorsprong van 14 minuten op de eerste achtervolgers aan op de piste van Gent. Bij aankomst daar riep hij tegen het publiek:

‘Ga allemaal maar naar huis, ik heb toch een halve dag voorsprong op de rest’
In de jaren voor de tweede wereldoorlog werd de wedstrijd vaak georganiseerd in dezelfde week als Milaan-San Remo. Zelfs na de boycot van de Franse ploegen kwamen er hierdoor amper buitenlandse renners aan de start. Er staat dan ook slechts 1 buitenlander op de erelijst in deze periode: de Zwitser Heiri Sutter. Hij won in 1923 en zou 2 weken later ook Paris-Roubaix winnen en daarmee de eerste zijn die die dubbelslag wist te behalen in eenzelfde jaar. Pas na de 2e wereldoorlog kreeg de Ronde van Vlaanderen ook internationaal meer aanzien, vooral door het toetreden in de Challenge Desgrange-Colombo, maar ook doordat de datum van de wedstrijd werd aangepast, zodat ze niet meer in dezelfde week werd verreden als Milaan-San Remo. Tijdens die 2e wereldoorlog was de wedstrijd een van de weinigen die toch nog georganiseerd mocht worden onder de Duitse bezetting. Na de oorlog werd de organisatie dan ook van collaboratie beticht en als tegenreactie richtte de krant Het Volk zo in 1945 de Omloop van Vlaanderen in. Deze wedstrijd zou later hernoemd worden naar de Omloop Het Volk, onder druk van de organisator van de Ronde van Vlaanderen. Hoewel de concurrentie sterk toenam bleven de Vlamingen het ook na de wereldoorlogen erg goed doen in de Vlaanderens Mooiste. Het specifieke parcours op slechte wegen, met veel draaien en keren en met vaak barre weersomstandigheden maakte het er voor de buitenlanders niet makkelijker op. Er was nochtans een Italiaan die zich perfect thuisvoelde op de Vlaamse hellingen en kasseien: Fiorenzo Magni. Met zijn overwinningen in 1949, 1950 en 1951 werd hij de eerste renner die de Ronde 3 keer op rij wist te winnen. Daarmee is hij nog steeds mederecordhouder, naast Achiel Buysse (1940, 1941, 1943), Eric Leman (1970, 1972, 1973), Johan Museeuw (1993, 1995, 1998) en heel recent nog Tom Boonen (2005, 2006, 2012).