Waalse Pijl
13 april 1936

Fout melden

De Waalse Pijl of zoals de officiële naam luidt ‘La Flèche Wallone’ vormt samen met Luik-Bastenaken-Luik het Ardense tweeluik van de voorjaarsklassiekers. De wedstrijd staat net onder het niveau van de 5 topklassiekers, maar heeft doorheen de jaren toch een rijke wielergeschiedenis opgebouwd.

Net zoals vele ander wielerwedstrijden werd ook deze wedstrijd opgericht door een sportkrant die hiermee hoopte zijn oplage te kunnen verhogen. Voor de Waalse Pijl was dit de krant ‘Les Sports’ die de eerste editie in 1936 organiseerde. Tot in 1992 werd de wedstrijd nog door oud-redacteur van ‘Les Sports’ Théo Van Griethuysen georganiseerd, maar in 1993 werd de wedstrijd dan net zoals Luik-Bastenaken-Luik en de Tour de France overgenomen door de Franse organisatie ASO.

Het parcours:
De eerste jaren doorkruiste de wedstrijd Wallonië van west naar oost, met telkens Luik als aankomstplaats en de start achtereenvolgens in Doornik, Bergen en Charleroi. Van 1960 tot 1971 werden de rollen dan omgekeerd en werd de start telkens in Luik gegeven, terwijl de aankomst verhuisde naar Charleroi en later Marcinelle. Na een aantal jaren met telkens wisselende vertrek- en aankomstplaatsen eindigt de wedstrijd sinds 1983 dan in Huy. De eerste 2 jaar was de aankomst nog vlak, op de weg naast de Maas.
In 1985 werd er dan een belangrijke wijziging doorgevoerd doordat de aankomst verlegd werd naar de top van de Muur van Huy. De organisator wou regerende wereldkampioen Claude Criquielion een parcours op zijn maat voorschotelen, want die was immers in Barcelona wereldkampioen geworden op de helling van Montjuïc. De Muur van Huy bleek daarvoor perfect te zijn, want in zijn regenboogtrui won Criquielion meteen de editie van 1985. Sindsdien wijzigde de startplaats nog wel enkele keren, maar sinds 1998 is deze ook onveranderd gebleven en start men in Charleroi. Met aankomst boven op de Muur van Huy beschikt de Waalse Pijl over de zwaarste aankomststrook van alle klassiekers. De klim is slechts 1,3km lang, maar telt een gemiddelde hellingsgraad van net geen 10%. Op de steilste strook in de bocht bedraagt de hellingsgraad zo’n 26%...

De geschiedenis:
De Waalse Pijl wordt tegenwoordig algemeen als het kleine broertje gezien van die andere ardennenklassieker; Luik-Bastenaken-Luik. Dat is echter niet altijd het geval geweest. Eind de jaren ‘50 werden beide wedstrijden in hetzelfde weekend gereden en vermits de Waalse Pijl als eerste verreden werd gold die toen als belangrijkste. Er waren zelfs renners die na een goede prestatie in de Waalse Pijl niet meer aan de start kwamen daags nadien... Een andere reden was ook dat de Waalse Pijl al van het eerste seizoen (1948) opgenomen werd in de Challenge Desgrange-Colombo, Luik-Bastenaken-Luik pas in 1951. In die periode (1950-1964) werd er ook een apart klassement opgemaakt over beide wedstrijden onder de naam ‘Ardens wielerweekend’. Onder andere Ferdi Kübler (2x), Stan Ockers, Fred De Bruyne en Raymond Poulidor konden dit klassement winnen. Nadien verhuisde de Waalse Pijl naar het midden van de week, zodat de renners voldoende konden recupereren tussen beide zware wedstrijden. Een klassement werd dan ook niet meer opgemaakt. Niet toevallig zijn er sinds de aankomst op de Muur van Huy opvallend weinig Belgen die de wedstrijd nog konden winnen. De enige Belgen op de erelijst sindsdien zijn Claude Criquielion (1985 en 1989) , Rik Verbrugghe (2001), Mario Aerts (2002) en recent nog Philippe Gilbert (2011). De steile aankomst bergop is immers echt specialistenwerk en het gebeurt zelden dat de toppers zich hier nog laten verrassen.

Aan grote namen op de erelijst in elk geval geen gebrek, van in de beginjaren kon men rekenen op een mooi deelnemersveld. Dat weerspiegelt zich ook in volgend lijstje van recordhouders wat betreft overwinningen. Deze renners wonnen ieder 3 maal: Marcel Kint, Eddy Merckx, Moreno Argentin en Davide Rebellin.